Altijd maar kritiek en altijd maar slecht nieuws over de Olympische Spelen – net als vier jaar geleden in Athene. Iedereen lult elkaar maar na.
Precies vier jaar geleden werd Griekenland overspoeld door slecht nieuws. Journalisten vanuit de hele wereld schreven dat de stadions voor de Olympische Spelen niet op tijd klaar zouden zijn, dat terroristen dagelijks bommen gingen gooien, dat het verkeer twee weken lang zou stilstaan, dat de straathonden werden gemarteld, doodgeschoten en opgediend als souvlaki –dat de Grieken eigenlijk altijd al zo gek als een piepende deur waren geweest.

Roy Panagiotopoulou heeft in die dagen flink zitten turven. Als hoogleraar Communicatie en Mediastudies op de Universiteit van Athene leidde ze namelijk een groot onderzoek naar de internationale media-aandacht in het jaar van de Spelen. De Chinezen zouden het misschien eens moeten lezen, want de overeenkomst is enorm: een negatieve stroom berichten over het olympische gastland, die op geen enkele manier is te doorbreken.

De overschrijvertjes

Over dit onderzoek vertelde Panagiotopoulou vorig jaar op de Internationale Olympische Academie in Olympia. Haar betoog kwam er kortweg op neer dat feiten en wederhoor in het laatste halve jaar voor de openingsceremonie in Athene een heel kleine rol speelden. De macht was aan de overschrijvertjes: journalisten die kopiëren wat andere overschrijvertjes eerder al kopieerden. Die rollen van beschuldiging naar beschuldiging naar beschuldiging naar beschuldiging.

“Griekenland wilde de Olympische Spelen organiseren om de internationale aandacht op zich te vestigen”, zei Panagiotopoulou. “Daarom wilde ons land de mediastroom zoveel mogelijk beïnvloeden. En dat is verschrikkelijk moeilijk, omdat de internationale media hun eigen agenda hebben. En juist in de laatste honderd dagen voor aanvang van de Spelen faalde Griekenland.”

En hoe! Pas na afloop van de Spelen kwamen de complimenten en excuses van de overschrijvertjes dat ze er zo naast hadden gezeten. Maar in al die maanden daarvoor hadden ze een compleet eigen realiteit beschreven vol slecht nieuws. Dat viel me toen heel erg op, omdat ik in 2004 in Athene heb gewoond om alles met eigen ogen te volgen. Daarover schreef ik dagelijks voor NU.nl.

Goed kijken! Goed nieuws!

Zowel in maart als in mei heb ik bijvoorbeeld de route van de olympische marathon verkend. In mei 2004 schreef ik hierover: ‘Wat in maart nog een kilometerslange stortplaats van puin en plastic was, is nu grotendeels een asfaltweg geworden. Het is nog lang niet af, omdat op veel plekken nog niet eens riolering ligt, maar het tempo waarin alles is veranderd, heeft me verrast.’ Met als conclusie: ‘Er is dus wel degelijk goed nieuws vanuit Athene. Je moet het alleen willen zien.’

En dat was het centrale probleem van Panagiotopoulou: niemand wilde het goede nieuws toen zien. Jammer, want zoals de Griekse prof ook zei: “De Olympische Spelen hebben een enorme invloed op de publieke opinie en de collectieve herinnering.” Leuk voor China om te weten, want dat wordt nu ook overspoeld door slecht nieuws.

Vastgeroeste vooroordelen

De belangrijkste conclusie van Panagiotopoulou was dat Griekenland er niet in was geslaagd om verouderde ideeën over dit land te moderniseren, ongeacht de succesvolle Spelen van Athene. Rond de Grieken blijft het beeld hangen van dansende chaoten, die niet te handhaven zijn in groepen groter dan één. Dat ze per uur drie keer worden omgekocht, nooit hun afspraken nakomen. Tot slot wonen ze nog steeds in tempels, waar ze urenlange discussies houden over filosofie, die uit zichzelf overgaan in langdurige groepsseks. Niet dat dit allemaal heel ver van de waarheid afzit, maar toch zijn er nuances.

“Zo, ben jij weer zo’n figuur die een negatief verhaal over Athene gaat schrijven?”, snauwde een ober daarom toen ik in mei 2004 onder de Acropolis een kop koffie bestelde. Ik zat daar mijn aantekeningboekje te bekijken en dat was voor hem voldoende voor die grimmige opmerking. NOS-correspondent Conny Keessen had het ook al gemerkt: “De Grieken zijn woedend.”

En die negatieve tendens in de aanloop naar de Olympische Spelen is nu in alle hevigheid teruggekeerd. Alles wat met China heeft te maken, is fout. Twee weken geleden bijvoorbeeld had ik een gesprek met Radio 1 over het olympisch vuur en de protesten daaromheen. Aan het einde van het gesprek kwam ik met een woest idee: “Misschien gaan er wel hele positieve dingen gebeuren.”

Dat snapte presentator Rob Trip even niet: “Hoezo dan, goed nieuws?” Nou, dat niet alles slecht hoeft te zijn en dat het tijd wordt om eens te constateren dat we in dezelfde spiraal zitten als vier jaar geleden. Helaas was ik tijdens dat gesprek nog geen vijftien minuten mijn bed uit en had ik ook nog geen koffie gehad, dus die scherpte had ik toen niet.

Nu wel en dat brengt mij er daarom toe om nu te zeggen dat ik hoop op positief nieuws over China en wel heel snel. Let the Games begin!

bron: nu.nl